Excursiepunt 2: Uiterwaarden (duur: 20 min)

We staan nu bij de rivier de IJssel. Een belangrijk aspect van de invloed van rivieren op het landschap en landgebruik is de afzetting van materiaal. Afzettingen van een rivier noemen we fluviatiele afzettingen. De grootte van de deeltjes die worden afgezet is afhankelijk van de stroomsnelheid van het water. Hoe groter de deeltjes zijn (stenen, grind of grof zand zijn groot) hoe meer kracht er nodig is om deze te verplaatsen. Als de kracht niet groot genoeg is om de deeltjes te verplaatsen zullen ze naar beneden zakken en bezinken.

Omdat Nederland in een delta ligt is de stroomsnelheid relatief laag dus stenen zullen we niet vinden: die zijn al eerder bezonken, buiten onze grenzen. In de delta zien we wél deeltjes in grootte variërend van grof zand tot  klei. Bij een overstroming van een rivier is de stroomsnelheid vlak langs de rivier nog hoog en dus zal het afgezette materiaal relatief zwaar zijn (veel zanddeeltjes).